Interview Johan de Meij | Pentagram
Pentagram – Johan de Meij

Wie Johan de Meij zegt, denkt bijna automatisch aan The Lord of the Rings. Maar in 2027 hebben we bij de ONFK even met een ander werk van hem te maken: Pentagram. Verplicht werk in de derde divisie, ooit geschreven in opdracht van het Frysk Fanfare Festival, inmiddels ruim 35 jaar oud en nog altijd opvallend fris. En tijdens een gesprek met Johan bleek er ook nog een heel aardig verhaal achter te zitten. Want wat heeft Gollum in vredesnaam met Pentagram te maken Johan de Meij hoeven we bij de meeste blaasmuziekliefhebbers waarschijnlijk niet uitgebreid voor te stellen. De componist, trombonist en dirigent werd wereldwijd bekend met zijn Eerste Symfonie The Lord of the Rings. Daarna volgde een groot oeuvre van symfonieën, solowerken, oorspronkelijke composities en arrangementen. 1988 was een belangrijk jaar in zijn carrière. The Lord of the Rings ging in België in première, terwijl De Meij juist zijn vaste baan als euphoniumspeler bij de Amsterdamse Politiekapel was kwijtgeraakt, vanwege de opheffing van dat orkest. Nu hij plotseling freelance musicus was geworden besloot hij zijn eigen uitgeverij te beginnen, Amstel Music. Geen verkeerde beslissing, weten we inmiddels. En hij werd aangenomen als trombonist bij Orkest De Volharding, waar hij twintig jaar heeft gespeeld. Dan Pentagram. Tijdens ons gesprek vertelt Johan bijna terloops iets waarvan ik dacht: wacht even, dát is leuk. Een deel van het materiaal was oorspronkelijk helemaal niet voor Pentagram bedoeld, maar ontstond tijdens het componeren van The Lord of the Rings. Sterker nog: het thema van het tweede deel was bedoeld voor Gollum. De Meij vond het uiteindelijk niet “Gollum-achtig” genoeg en schreef iets anders. Weggooien dan maar? Johan deed het niet. ‘Ik ben zuinig op mijn materiaal, dus ik recycle.’ En zo kreeg een afgekeurd Gollum-thema een tweede leven in Pentagram. Wie beide werken kent, hoort misschien ook wel iets van verwantschap: die fantasierijke wereld en brede melodieën. Toch is Pentagram geen programmatisch werk zoals The Lord of the Rings. Er wordt geen verhaal verteld. De titel zegt het al: het draait om vijf. De Meij experimenteerde met kwarten en kwinten en noemt daarbij ook de invloed van Aaron Copland. Daaruit ontstond het hoofdthema, dat aan het slot terugkeert. Ook verder speelt het getal vijf een belangrijke rol en het werk bestaat uit vijf delen. Maar waarom spelen muzikanten Pentagram na ruim 35 jaar nog steeds zo graag? Volgens De Meij is het antwoord simpel: de aantrekkelijke melodieën. En misschien is dat wel de kern. Het zijn de melodieën die blijven hangen en waarin je als muzikant iets kunt vertellen. Wie Pentagram voor het eerst op de lessenaar krijgt, zou zomaar kunnen denken: valt best mee. Geen eindeloze reeksen technisch vuurwerk en op het eerste gezicht redelijk overzichtelijk. Maar daar zit nu juist het venijn. De Meij noemt vooral omvang, uithoudingsvermogen en klank. Het orkest moet breed en, zoals hij het zelf noemt, symfonisch durven spelen. De moeilijkheid zit dus niet alleen in de noten. Het gaat om lange lijnen, adem, balans en vooral om de muziek groot te laten klinken zonder onderweg al je kruit te verschieten. En dat laatste is niet onbelangrijk. Want ergens wacht nog een hoge A. Bugelisten die het stuk kennen, weten precies waar ik het over heb. Je bent al een tijdje onderweg, er komt een prachtige melodie en aan het einde ligt daar doodleuk die hoge A. Op een bugel is dat best een ‘tricky one‘. De Meij kan er zelf ook wel om lachen. Hij weet als blazer donders goed dat je met het hoge register van een bugel moet oppassen. Ik bedank hem namens alle liefhebbers nog maar even voor die mooie solo. Zou hij Pentagram met alle ervaring van nu opnieuw zo schrijven? Ja, zegt hij, om er meteen aan toe te voegen: ‘Misschien ietsje beter.’ Hij zou bepaalde details inmiddels ongetwijfeld anders aanpakken. Misschien zelfs die hoge A. Maar tijdens ons gesprek kwamen we eigenlijk tot dezelfde conclusie: laat die nou maar staan. Want zo'n moment hoort ook bij muziek maken. De dirigent weet dat hij eraan komt, de solist weet het en straks waarschijnlijk de halve zaal ook en dan moet het gebeuren. Het zijn ook wel weer momenten om naar uit te kijken. Pentagram stamt bovendien uit een tijd waarin De Meij alles nog met de hand schreef. Geen Sibelius en geen knopje waarmee je onmiddellijk kon horen wat je had geschreven. Dat veranderde in 2005, toen hij met Sibelius ging werken. Extreme Make-Over was zijn eerste werk dat hij met dit notatie-programma heeft gemaakt. Gaat het componeren sindsdien sneller? De Meij formuleert het liever anders: ‘Ik ben minder langzaam geworden.’ Op 3 april 2027 horen we tijdens de ONFK verschillende orkesten hetzelfde werk spelen. Dezelfde noten, dezelfde thema’s, dezelfde vijf delen en toch zal Pentagram iedere keer anders klinken. En dat is nu juist het mooie. De uitdaging ligt er. Johan is er ook duidelijk in: zet Pentagram op de lessenaar, ga ermee aan de slag en laat op 3 april horen wat jullie ervan maken.Gollum in de prullenbak? Toch maar niet
Waarom eigenlijk Pentagram?
Gemakkelijk? Niet helemaal
Ja hoor, die hoge A...
Minder langzaam
En nu naar 3 april 2027